
De markthal werd in 1908 geopend, in een tijd waarin in Berlijn veel overdekte markthallen werden gebouwd om de snelgroeiende stad van voedsel te voorzien. Destijds waren markthallen vooral bedoeld om hygiënische omstandigheden voor voedsel te creëren, de straathandel te reguleren en regionale producten centraal aan te bieden. De hal in Tegel overleefde beide wereldoorlogen en bleef bestaan als marktlocatie. Terwijl veel Berlijnse markthallen in de loop van de 20e eeuw verdwenen of werden omgebouwd tot supermarkten, bleef deze hal grotendeels trouw aan zijn oorspronkelijke functie.
De hal is typisch voor vroege Berlijnse marktgebouwen: een combinatie van staal en baksteen, grote ramen voor veel daglicht en een centrale halstructuur met marktkramen. De architectuur doet denken aan de klassieke markthalesthetiek van het begin van de 20e eeuw – functioneel, maar tegelijkertijd met industriële charme.

Tegenwoordig is de markthal een mix van een voedselmarkt en een streetfood-locatie. Er zijn talrijke marktkramen met fruit en groenten, vlees en worst, kaas, delicatessen en vis. Tot de internationale keuken behoren onder andere Turkse specialiteiten, Italiaanse producten, oosterse delicatessen en Oost-Europese levensmiddelen. Het streetfood-aanbod omvat versgebakken brood, grillgerechten, koffie en gebak en kleine snackkramen.
De Markthalle Tegel staat bekend als een authentieke buurtmarkt – veel minder toeristisch dan andere Berlijnse markthallen. Juist omdat veel historische markthallen in Berlijn verdwenen zijn, wordt deze markt vandaag de dag gezien als een stukje levendige Berlijnse marktcultuur.