Gebouwen die tegenwoordig nog maar een schim zijn van wat ze ooit waren – daar zijn er genoeg van in Berlijn, en achter veel ervan schuilen spannende verhalen. Zo zijn er van het ooit grootste warenhuis uit de Weimarrepubliek vandaag de dag nog maar fragmenten over. Hetzelfde geldt voor het grootste station van continentaal Europa: van het ooit zo monumentale bouwwerk is vandaag de dag alleen nog de ingang overgebleven .

Het eerste Anhalter Bahnhof werd al in 1841 op deze plek geopend. Berlijn groeide echter razendsnel en ook het spoorverkeer nam steeds verder toe, waardoor het oorspronkelijke station al snel niet meer voldeed. Daarom werd tussen 1876 en 1880 een aanzienlijk groter nieuw gebouw neergezet volgens de plannen van architect Franz Schwechten. Op 5 juni 1880 werd het nieuwe Anhalter Bahnhof uiteindelijk voor het verkeer geopend. Het nieuwe gebouw was voor die tijd gigantisch. De stationshal was zo’n 170 meter lang en 62 meter breed en werd afgesloten door een monumentale voorgevel aan de kant van de Askanische Platz. Het Anhalter Bahnhof gold destijds als het grootste station van het Europese vasteland en was tegelijkertijd het Berlijnse eindstation met de hoogste treinfrequentie.
Zijn betekenis reikte echter veel verder dan alleen het spoorverkeer. Het Anhalter Bahnhof groeide uit tot een vande belangrijkste verkeersknooppunten en toegangspoorten van Berlijn. Door de nabijheid van de toenmalige regeringswijk diende het bovendien als hoofd- en regeringsstation. Tegelijkertijd had de bouw ervan een grote invloed op de ontwikkeling van de omliggende wijken ten westen van de Friedrichstadt. Tijdens het nazitijdperk kreeg het station een duistere betekenis. In de jaren ’30 was het eerst een vertrekpunt voor mensen die Duitsland moesten verlaten. Vanaf 1942 werden er vanaf het Anhalter Bahnhof ook mensen gedeporteerd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het station zwaar beschadigd. In februari 1945 brandde het monumentale stationsgebouw grotendeels af en werd bovendien het dak boven de perrons verwoest. Toch betekende dat nog niet meteen het einde van het Anhalter Bahnhof. Na de oorlog bleef het in gebruik en tot 1952 reed er nog regelmatig treinverkeer.
Door de oorlog en de daaropvolgende deling van Berlijn verloor het station echter steeds meer aan belang. De ooit bloeiende omgeving was sterk veranderd en het voormalige verkeersknooppunt lag nu buiten de belangrijke verkeersstromen. In 1960 werd uiteindelijk besloten om de overgebleven delen van het monumentale station op te blazen en af te breken. Daarmee begon, precies 80 jaar na de opening van het nieuwe gebouw, de definitieve verdwijning van een van de ooit belangrijkste stations van Berlijn. De sloop sleepte zich deels nog tot 1961 voort.
Er was echter protest tegen de volledige sloop. Daardoor is een deel van het historische bouwwerk bewaard gebleven: de opvallende ruïne van de poort aan de Askanische Platz. Die staat nu op de monumentenlijst en herinnert je er nog steeds aan hoe groot het Anhalter Bahnhof ooit was. Van het oorspronkelijke stationscomplex zijn bovendien nog meer sporen bewaard gebleven. Delen van de voormalige spoorwegwerkplaats maken tegenwoordig deel uit van het Duitse Techniekmuseum. Historische locomotiefloodsen zijn in het museum geïntegreerd en bewaren zo nog een stukje van de spoorweggeschiedenis van het terrein.